Een medehuurder is iemand die met een hoofdhuurder samenwoont, met deze een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voert en bovendien als medehuurder door de verhuurder is erkend. De medehuurder heeft huurbescherming en vrijwel alle overige rechten en plichten volgens het huurrecht. Als de huurovereenkomst tussen huurder en verhuurder eindigt, wordt de medehuurder automatisch huurder.
U kunt medehuurder worden op 2 manieren. De eerste manier is het wettelijk medehuurderschap door te trouwen of geregistreerd partnerschap aan te gaan. Als u trouwt met de huurder dan bent u automatisch, zonder dat u daarvoor iets hoeft te doen, medehuurder.

De tweede manier is het contractuele medehuurderschap. U wordt contractueel medehuurder door samen met de hoofdhuurder een aangetekende brief aan de verhuurder te sturen. U vraagt daarin of de verhuurder u medehuurder wil laten worden. Als de verhuurder niet binnen drie maanden reageert of niet akkoord gaat, dan kunt u aan de kantonrechter vragen of hij u medehuurder wil maken. U moet dan wel voldoen aan drie eisen:

  1. Tenminste twee jaar hoofdverblijf hebben in de woning (dit kunt u bijv. aantonen met een uittreksel uit het bevolkingsregister) en u moet met de hoofdhuurder een ‘duurzame gemeenschappelijke huishouding’ voeren. (U deelt bijvoorbeeld de kosten van de huishouding, eet samen, u heeft een gemeenschappelijke woonkamer, gemeenschappelijke rekeningen en ziektekostenverzekering etc.)
    Het is niet vereist dat u een relatie heeft maar kinderen kunnen in principe geen medehuurder worden bij hun ouder(s). (Pas als een kind 35 of 40 jaar is en kennelijk de bedoeling heeft om bij zijn ouders te blijven wonen kan dit soms wel.)
  2. Het verzoek tot medehuurderschap mag niet bedoeld zijn om de woning “aan de medehuurder over te doen”. U kunt door medehuurderschap dus niet woning aan een vriend of bekende overdoen vlak als u wilt gaan verhuizen.
  3. De medehuurder moet op basis van zijn inkomen ook in staat zijn om alleen de huur te betalen.

Na een eventueel vertrek van de hoofdhuurder heeft de medehuurder alsnog een huisvestingsvergunning nodig. In Amsterdam geldt dit voor woningen met een huur volgens de puntentelling(!) onder de € 710,68 (peil 2016). De medehuurder moet dan (op dat moment) ook aan de voorwaarden voor een vergunning voldoen.