Stedelijke vernieuwing

Renovatie of sloop/nieuwbouw van woningen wordt tegenwoordig vaak gedaan onder de vlag van ‘stedelijke vernieuwing’ of ‘herstructurering’. Het verschil met gewone sloop/nieuwbouw of renovatie is dat stedelijke vernieuwing ‘gebiedsgericht’ is. Dat betekent dat wordt gewerkt aan een oplossing voor alle problemen in een bepaald gebied, meestal buurt of wijk. Dus niet alleen de kwaliteit van de woningen wordt aangepakt, maar ook de sociale samenhang in een buurt en de economische bedrijvigheid. Dit worden de drie pijlers van stedelijke vernieuwing genoemd:

  1. De fysieke pijler: de kwaliteit van gebouwen
  2. De economische pijler: voldoende voorzieningen voor bijvoorbeeld zorg en winkelen, maar ook voldoende werkgelegenheid
  3. De sociale pijler: samenhang in een buurt, de mensen leven met elkaar (of in elk geval niet tegen elkaar)

Overigens krijgt in de praktijk de fysieke pijler vaak de meeste aandacht.
Zo’n ‘gebiedsgerichte’ aanpak lukt alleen als alle partijen die werkzaam zijn in het gebied, met elkaar samenwerken. De belangrijkste partijen zijn meestal de gemeente (stadsdeel) en de woningeigenaren. De bekendste stedelijke vernieuwingsgebieden zijn de wijken die na de oorlog zijn gebouwd, in de jaren vijftig en zestig. In deze wijken staan zijn bijna alle woningen eigendom van woningcorporaties. Van oudsher is hun woningbezit erg versnipperd; een plukje woningen hier, een complex woningen daar, etc. Al die corporaties moeten het met elkaar eens zien te worden als ze een gebied aanpakken.

Om te voorkomen dat er meer vergaderd wordt dan er vernieuwd wordt, hebben de woningcorporaties twee dingen gedaan. Ze hebben een groot aantal woningen met elkaar geruild zodat de ene corporatie veel woningen heeft in het ene gebied, en de andere in het andere gebied. Daarnaast hebben de corporaties allerlei samenwerkingsverbanden opgericht.